Seen from Space

Audio : voorkeur versus bereik

Op basis van een reeks gegevens uit 43 landen publiceerde de Global Web Index (GWI) een zeer eclectisch 'Entertainmenent report' Eclectisch omdat het over zeer uiteenlopende aspecten gaat, waaronder tv versus VOD, gaming, eSport en audio. Wat dat laatste betreft, introduceert GWI bovenop statistieken die ons eraan herinneren dat radio doorslaggevend blijft wat de doorgebrachte tijd betreft, enkele meer kwalitatieve elementen, zoals de favoriete muziekgenres. In het algemeen biedt de studie een lijst met tien types audiocontent, gaande van audiobooks tot playlists, om te peilen naar de voorkeuren van de respondenten. Opgelet: de vraag gaat over de voorkeuren, niet over d frequentie, een niet onbelangrijke nuance. Belgen zijn geen uitzondering: net als in de 43 andere bevraagde landen van de GWI vormen eigen playlists de meest gewaardeerde audiocategorie. In ons land staat de radioprogrammering op de tweede plaats, tenminste bij de 34-plussers. De jongere Belgen hebben uiteenlopende voorkeuren, waarin charts, remixes en door de platformen samengestelde playlists een benijdenswaardige plaats innemen. "Een bepaalde mate van curering is altijd nodig" in de audiopraktijk, aldus de GWI-specialisten en we kunnen ze geen ongelijk geven. Het is echter ook nuttig om deze verklaarde voorkeuren in perspectief te plaatsen. Daartoe hebben wij gebruik gemaakt van de CIM Audio Time-gegevens zoals die verzameld werden tijdens het laatste kwartaal van 2021. Zij betreffen hetzelfde universum als de GWI, d.w.z. 16- tot 64-jarigen. Volgens deze data worden van de 5 uur dagelijkse audioconsumptie, bijna 3u ¼ besteed aan live-radio. Muziek vertegenwoordigt ongeveer 50 minuten. Er zijn dus duidelijke verschillen, maar vanaf de leeftijd van 25-34 jaar luisteren we dagelijks meer dan 3 uur naar live-radio. Alleen bij de jongeren onder 25 jaar is de eerste audiobron de 'on demand' verzameling van podcasts, uitgesteld luisteren (naar de radio) en audio streamingdiensten. Kortom, ook al lijkt het aandeel van 'radioshows' beperkt ten opzichte van de vele aangeboden audiomenu's, de ether blijft een veilige keuze in het grote audio-universum.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Kantar : het einde van de maand nefast voor goede voornemens

Het is een goed voorbeeld van het dilemma tussen "het einde van de wereld" en "het einde van de maand". In een grootschalig onderzoek naar de "eco-bewuste" consument (9.000 respondenten online, in 9 landen), peilde Kantar naar de reacties van deze mensen op de explosief stijgende inflatie. Het probleem is heel reëel: 64% van de ondervraagden zegt meer voor de planeet te willen doen, maar geeft toe in zijn goede voornemens te worden gedwarsboomd door de kosten van het levensonderhoud (grote verschillen per land, met 75% in Brazilië, tegenover 53% in Canada). Het zal niet verbazen dat de verklaring vaker wordt bevestigd in gezinnen van vier of meer personen. Groener - en zuiniger - gedrag is in opmars: meer te voet gaan om minder benzine te verbruiken, streven naar energie-efficiëntie in huis en herbruikbare tassen gebruiken om boodschappen te doen behoren tot populaire "duurzame" gedragingen. Een reeks vragen betreft ook consumentenproducten, in vijf sectoren: voeding, babyproducten, schoonmaakproducten, papier (handdoeken, toiletpapier) en cosmetica. Van de "milieubewuste" consumenten zegt, afhankelijk van de sector, één op zes tot één op vijf niet van plan te zijn over te stappen naar een "niet-ecovriendelijk" merk. Anderzijds zegt 23% (levensmiddelen) tot 36% (babyproducten) al te hebben geswitcht naar minder milieuvriendelijke merken of producten vanwege de hoge kosten. En in beter "beschermde" sectoren, zoals schoonmaakproducten en levensmiddelen, is de kans op een verschuivend koopgedrag aanzienlijk. Kortom, op het gebied van de verplichte uitgaven zullen zelfs "milieubewuste" personen hun overtuigingen waarschijnlijk opzij zetten om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Het onderzoek peilde ook naar de mate waarin consumenten opnieuw duurzamer zouden gaan kopen zodra de inflatie zou afnemen. Hier is er een groot verschil tussen de sectoren: de categorieën cosmetica, schoonmaakmiddelen en levensmiddelen blijven vaker "niet-duurzaam", terwijl een meerderheid zou willen terugkeren naar duurzamere gewoonten in de categorieën "papier" en "baby". Het enige wat in deze studie ontbreekt, is een indicatie van het aandeel van "milieubewuste" consumenten in verhouding tot de totale consumentenpopulatie. In ieder geval zijn de trends die uit het rapport naar voren komen niet verrassend, noch bijzonder geruststellend voor duurzame consumptie.

US: een snuifje scepticisme tegenover digital

Sinds 2012 volgt Deloitte, in samenwerking met andere structuren, de percepties en intenties van de CMO's in de Verenigde Staten. De laatste editie die verscheen in februari (dus vóór de oorlog in Oekraïne), verzamelde uitspraken van meer dan 300 respondenten. Dit is de 28ste enquête, wat het dus mogelijk maakt te vergelijken met het verleden. Zo valt bijvoorbeeld een toenemende intentie om te investeren in traditionele reclame op. Deze trend kan in verband worden gebracht met een andere: de in 2022 ondervraagde CMO's zeggen dat ze hun investeringen in brand building willen optrekken tot een ongezien niveau. Toch relativeert de vergelijking tussen een stijging met 3% van de traditionele reclame en de aangekondigde stijging van de digitale marketing met 16% de indruk dat er wel degelijk sprake is van een terugkeer naar de fundamentals. De resultaten van deze CMO Survey zijn in feite soms nogal paradoxaal: enerzijds is er tussen 2021 en 2022 een stevige daling van de verklaarde doeltreffendheid van digitale marketing (-10% volgens het gemiddelde antwoord) en anderzijds een even stevige intentie om de budgetten voor diezelfde digitale marketing te verhogen (+13%). Laten we daar nog aan toevoegen dat volgens de laatste cijfers van GroupM, digital in 2022 64% van alle mediabestedingen in de Verenigde Staten zal vertegenwoordigen. En het kan nog steeds stijgen. Als er al sprake is van scepsis ten aanzien van digital, dan komt die op een nogal vreemde manier tot uiting in het feitelijke gedrag van de betrokken marketeers. Over gedrag gesproken, de studie geeft ook een waardevolle en zeldzame indicatie betreffende het aandeel van de marketingbudgetten ten opzichte van de inkomsten van de bevraagde bedrijven. In vergelijking met een algemeen gemiddelde van ongeveer 9% is het interessant om te zien dat deze verhouding in februari 2021 een recordhoogte van 13% had bereikt, wat erop lijkt te wijzen dat de marketing in het algemeen niet heeft opgegeven in het aangezicht van de pandemie. Nog een welkome paradox.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Digital News Report 2022: de noodzaak van een ruime vergelijking

Het Digital News Report (DNR) van het Reuters Institute is gebaseerd op een online-enquête van YouGov in 40 landen, waaronder België, en is een bijbel voor een aantal onderwerpen: mediaconsumptie in het algemeen, en nieuws in het bijzonder, attitudes ten aanzien van de nieuwsmedia, enz. De steekproef van meer dan 2.044 jaarlijkse respondenten garandeert de resultaten een stevige betrouwbaarheid en uiteraard zijn vergelijkingen mogelijk van jaar tot jaar en tussen landen indien gewenst. De meest recent gepubliceerde gegevens dateren van februari 2022, wellicht van voor de Russische inval in Oekraïne. Een van de opvallende elementen is het percentage respondenten dat zegt te hebben betaald voor online-informatie. Dat bedroeg vroeger ±12%; bij de laatste telling nam dit cijfer voor het tweede jaar op rij toe tot 19% (zonder verschil tussen Franstaligen en Nederlandstaligen). Als we kijken naar de bronnen die de respondenten zeggen te gebruiken, blijven print en televisie binnen de reeds eerder gesignaleerde trends, d.w.z. een lichte maar gestage daling van jaar tot jaar. We hadden vorig jaar kunnen denken dat sociale netwerken aan het verzwakken waren, maar een breder perspectief suggereert dat ze stagneren: ja, het in 2022 gemeten aandeel (met sociale media die afklokken op 42% als informatiebron) lijkt een stijging te weerspiegelen in vergelijking met 2021 (38%), maar in vergelijking met 2020 (41%) is het eerder stabiel. Hetzelfde geldt voor het vertrouwen in nieuws: natuurlijk gaan we achteruit in vergelijking met 2021, van 54% naar 51%, maar we zitten nog steeds in een zone die aansluit bij de gemiddelde waarnemingen. Als we ten slotte kijken naar de sociale netwerken die door de respondenten worden gebruikt om "nieuws te vinden, te lezen, te bekijken, te delen of te bespreken" (een zeer brede benadering), komt Facebook nog steeds als beste uit de bus. De grote verrassing van 2022 is de verdringing van Twitter naar de zesde en laatst gepubliceerde- plaats, ten voordele van Tik Tok. In termen van "nieuwswaarde" is deze doorbraak, hoe bescheiden ook, van het Chinese sociale netwerk een van de primeurs van de DNR-editie van 2022.

Roze toekomst voor gekraakte prijzen

Gondola vertelt ons dat het aandeel van de promotionele verkoop in de detailhandel piekte tijdens de eerste vier maanden van 2022: +19% tegenover 2021, dat al aan een sterke stijging begonnen was in vergelijking met het coronajaar ervoor. "Tijdens de voorgaande jaren lag het aandeel van de promoties rond de 18%", schrijft Gondola. Kortom, er is sprake van een sterke opleving. Je hoeft geen doctor in de economie te zijn om dit in verband te brengen met de explosieve inflatie waarmee onze markten te kampen hebben, vooral als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Deze prijsstijgingen zijn nog niet al te zichtbaar in de categorieën die specifiek onder retail vallen: voeding, dranken (ook alcoholische) en schoonmaakproducten. Wellicht is het einde van de prijsstijgingen van basisproducten nog niet in zicht en anderzijds zal de sterke toename van de promoties de tendens waarschijnlijk afremmen, althans tijdelijk. Consumenten lijken vragende partij als het om promoties gaat: volgens de 13.000 mensen die in 2021 wereldwijd door Salesforce bevraagd werden (van wie ongeveer 500 in België), is de eerste reden die wordt aangehaald om van merk te veranderen een betere deal. Kortom, een betere prijs. Graag preciseren we dat aandacht voor de merkwaarden - wat sommigen 'purpose' zouden noemen - op de laatste plaats komt in de rangschikking. En de enquête dateert van vorig jaar, toen de inflatie er nog niet zo hard inhakte als nu! Nu hebben promoties en lage prijzen soms een serieuze impact op de marges van de fabrikanten, die aan de andere kant van de keten worden getroffen door de stijging van de grondstofprijzen. Kortom, deze hele context doet vrezen voor de toepassing van een recept dat vrij gebruikelijk is als de rentabiliteit onder druk komt te staan: besparingen op het reclamebudget, een favoriete maatregel in tijden van crisis. Zover is het precies nog niet, maar waarschijnlijk zal het in de komende maanden nodig worden eraan te herinneren dat wie investeert in tijden van crisis, er achteraf meestal sterker uitkomt. Hopelijk blijft deze boodschap beter hangen dan die van de gekraakte prijzen.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

E-commerce: België is geen voorloper

DotsinMinds is een exclusief onderzoek van Space dat vorige week voorgesteld werd tijdens een sessie van CommPass; ze wordt ook uitgebreid toegelicht op het platform Outerspace. DotsinMinds werd in maart 2022 online uitgevoerd door AQ-Rate, meer bepaald bij een bevolking van 18 tot 70 jaar oud. Bedoeling: de digitale ervaring van de Belgen bestuderen aan de hand van een reeks attitudevragen. De vragenlijst begon weliswaar met een onderdeel over online-gebruik. De frequentievragen over zeven stellingen leidden tot de conclusie dat de favoriete digitale activiteiten te maken hebben met relaties (e-mail en sociale netwerken) en informatie, die de top drie vormen. Online winkelen blijkt een van de minst frequente activiteiten te zijn, slechts goed voor 11,5% in de wekelijkse praktijk van de respondenten, de laagste penetratie van alle proposities. Hoewel online winkelen selectief is op vrouwen, jongeren onder de 35 jaar en de beroepsbevolking, blijft het de minst frequente toepassingsvorm bij deze verschillende segmenten. Deze relatief zwakke prestatie is niet verrassend als je ze in het juiste perspectief bekijkt. Dankzij de verschillende 'Digital 2022' rapporten konden we België vergelijken met zijn belangrijkste buurlanden: Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk (met de precisering dat zowel het universum van respondenten - 16-64 jaar - als de periode - 3de kwartaal 2021) verschillen van DotsinMinds. Bovendien zijn de vragen die in deze internationale vergelijking worden gesteld specifieker, aangezien zij meestal op specifieke aspecten gericht zijn. Niettemin blijkt dat ons land voor bijna al deze aspecten een van de laagste penetraties heeft, zowel voor de algemene benadering van "purchased online" als voor meer specifieke soorten aankopen, zoals "groceries", waar we het laagst scoren. Aangezien dit soort aankopen het vaakst voorkomt (het gaat om FMCG, d.w.z. aankopen met een hoge frequentie), is het heel normaal dat online winkelen in DotsinMinds als een zeer episodische activiteit voorkomt. Het enige type aankoop waar België vrij goed scoort in vergelijking met de meeste van zijn buurlanden is tweedehands, maar dit is niet een zeer gangbare praktijk.

Vlamingen half bezorgd om hun online privacy

25 mei 2018: de GDPR treedt in werking, wat een zekere kakofonie in onze mailboxen veroorzaakte tussen degenen die deze nieuwe verordening beschouwden als een verplichte dikke barrière en degenen die genoegen namen met al bij al lichte waarschuwingen. Iets meer dan een jaar later publiceerde de Digimeter de antwoorden op een nieuwe vraag: "Hoe bezorgd bent u over uw online privacy?". Deze vraag wordt nu herhaald in de edities 2020 en 2021 en daarom kunnen we vergelijken. Als we kijken naar 2020 vertoont de laatste editie (2021) stabiliteit: grosso modo is de Vlaamse bevolking van 18 jaar en ouder in twee helften verdeeld: een kleine meerderheid (52%, bijna evenveel als in 2020) maakt zich zorgen, terwijl de andere helft onverschillig of gerustgesteld is (deze laatste groep betreft minder dan een op vijf respondenten). Het commentaar van Imec - de auteur van de studie - wijst op een sterke toename van de bezorgdheid over privacy bij de jongste respondenten tegenover vorig jaar. Dit is waar, maar een beetje kort door de bocht: we zien dat de bezorgdheid in 2019 sterker was, en dat die sindsdien lijkt te zijn afgenomen: bij de jongeren onder de 25 jaar werden de stellingen "zeer bezorgd" en "bezorgd" toen door 49% van de respondenten gedeeld, dus de 45% van nu ligt lager. Deze schijnbare stabiliteit, of evolutie zoals die van de 16-24-jarigen, verhult nog steeds een duidelijk verschil schuil ten opzichte van de allereerste resultaten. Moeten we in de resultaten van twee edities de nabijheid in de tijd van de invoering van de GDPR zien, die vandaag verhoudingsgewijs minder aanwezig lijkt? In elk geval zeggen bijna 9 op de 10 internetgebruikers dat zij ten minste één maatregel hebben genomen om hun privacy te beschermen en dit aandeel is sinds 2019 stabiel gebleven. Half bezorgd, dus, maar niettemin zeer actief op dit front.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Steeds meer 'smart technology' in het noorden van het land

Bij de vele informatie en data in de Digimeter, een enquête die helaas beperkt is tot Vlaanderen, zullen we het hebben over de devices. Te beginnen met het aantal connected devices (of "slimme apparaten"). De studie heeft betrekking op een reeks devices: computers, tablets, smartphones, smart-tv's (die normaal met het internet zijn verbonden) en smart wearables, zoals smart watches. Het gaat hier om de penetratie van deze toestellen over een periode van 7 jaar, sinds 2015, te traceren. In zijn universum bevestigt Digimeter dat de groep zonder smart devices jaar na jaar bijna volledig uitsterven: in 2015 verklaarde 7% geen van deze toestellen te bezitten, vandaag is deze groep zo goed als verdwenen. Anderzijds is het aandeel van de personen met meerdere smart devices (5 of meer) in dezelfde periode vervijfvoudigd, en de categorie net daaronder (4 apparaten) is in 6 jaar tijd van 20 naar 32% van het totaal gegaan. Als gevolg daarvan is het gemiddelde aantal beschikbare apparaten elk jaar gestaag gestegen en is het in 2021 blijven stijgen, nu tot gemiddeld 3,4 apparaten. De langzame maar gestage groei die tot dusver de norm was, zet dus door, met de nu geloofwaardige mogelijkheid dat de groep met één enkel smart device zal uitsterven: 5% vandaag tegen 15% zes jaar geleden. Wat de betrokken toestellen betreft, is de smartphone met 93% duidelijk het vaakst vertegenwoordigd. Hij komt vóór de laptop (84%) en de smart tv, die een sterke stijging kent, van 57% tot 63% tussen 2020 en 2021. Dit is de meest spectaculaire evolutie in dit universum, waar de rest vrij rustig voortgaat.

RTBF en VRT, koekoek in online nieuws?

De koekoek is die vogel die zijn eieren legt in de nesten van andere soorten, nadat hij hun eieren er eerst uitgewipt heeft. Hij maakt dus gebruik van de ouderlijke zorg van andere vogels om zijn eigen kroost groot te brengen. Het beestje wordt soms gebruikt als een metafoor voor sluwe profiteurs die de zwakke punten van anderen uitbuiten. Dat is karikaturaal wat je van de Franstalige openbare omroep zou kunnen denken bij het lezen van de 18 bladzijden tellende nota die drie economen opstelden over het "businessmodel van de geschreven pers in de Franse Gemeenschap". In een notendop biedt de RTBF gratis geschreven kwaliteitsnieuws aan online, hetgeen oneerlijke concurrentie vormt voor de nieuwsmerken die soortgelijke inhoud op de Franstalige markt te gelde proberen te maken. Dit is geen nieuwe kwestie, maar ze dook opnieuw op tijdens de soms verhitte discussies over de nieuwe beheersovereenkomst van de RTBF. Ze is niet specifiek voor het Franstalige landsgedeelte: de beheersovereenkomst van de VRT heeft ook betrekking op het aanbod van de VRT NWS, dat voor 55% moet worden gekoppeld aan het audiovisuele aanbod, en dus geen zelfstandig schriftelijk informatieaanbod mag vormen. Om dit debat te kaderen kunnen we teruggrijpen naar de CIM Internet-studie om de nieuwskrachten in de twee regio's te schatten. Dan blijkt dat RTBF info een relatief bescheiden aandeel vertegenwoordigt aan Franstalige zijde. Andere kanalen, waaronder volledig gratis media zoals 7 sur 7 en RTL Info, hebben een hogere reach. VRT NWS bevindt zich in een gevoeligere positie, omdat hij veel hoger scoort binnen zijn taaluniversum. Het is weliswaar duidelijk dat niet enkel de kwestie van het bereik speelt. In de nota van de drie professoren wordt niet zonder reden ingegaan op de bereidheid van de lezers om voor deze online-informatie te betalen. Het document is echter vrij beknopt over het nieuws dat ook gratis op sociale netwerken wordt opgepikt, wat voor lokale nieuwsmerken een andere vorm van concurrentie vormt die niet noodzakelijk minder sterk is, maar wel moeilijker te bestrijden. Uiteindelijk zitten er dus wel meer dan een koekoeksfamilie in het nest van ons digitale ecosysteem.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Reclame en kansspelen, goeie gok?

Een koude douche vanwege de federale minister van Justitie voor legale marktdeelnemers in de sector: om gokverslaving te bestrijden gaan we beginnen met het bestrijden van gokreclame en sponsoring. We hebben dus een overzicht gemaakt van de mediaondersteuning in de categorie "gokken" voor de afgelopen drie jaar. De sector als geheel vertegenwoordigde in 2021 iets meer dan 61 miljoen euro aan bruto tariefwaarde, een stijging met 18% ten opzichte van 2020, dat op zijn beurt 6% beter was dan 2019 (in een recessieve markt). Interessant genoeg behoren twee mediagroepen, IPM en DPG, tot de betrokken adverteerders, de ene voor Unibet, de andere voor een kleine reeks merken van sportweddenschappen rond voetbal en wielrennen. Los daarvan is de grootste speler in de categorie de federale staat zelf, met 60% over de drie jaar. Blijkbaar zou het ontwerp van Koninklijk Besluit de Nationale Loterij vrijstellen, met uitzondering van het product Scooore!, dat hoe dan ook sinds 2019 niets meer offline heeft gecommuniceerd. Een totale afschaffing van reclame in deze categorie zou in de eerste plaats gevolgen hebben voor de audiovisuele sector die zeer populair is bij de verschillende spelers. Maar, om eerlijk te zijn, deze sector levert geen grote bijdrage aan de media-inkomsten. Het is ook waarschijnlijk dat de maatregel het sterkst zou worden gevoeld door sportclubs. Nu heeft dit overzicht alleen betrekking op offline-investeringen. Als we voor online gegevens kijken naar de categorie "kansspelen-loterijen-casino's" van de MDB-UMA-barometer raadplegen, blijkt dat die haar digitale aanwezigheid vorig jaar sterk vergroot: het aandeel van online in zijn mediamix is inderdaad gestegen van 29% in 2020 tot 38% in 2021, d.w.z. in beide gevallen een aandeel dat ver boven de marktgemiddelden ligt. Wat het digitale aanbod betreft, beschikken we uiteraard niet over gegevens per merk: het is dus onmogelijk te weten of de Nationale Loterij een belangrijke speler is op deze markt (maar daar kunnen we wel van uitgaan). Uiteindelijk mag niet uit het oog worden verloren dat dit alles alleen betrekking heeft op legale marktdeelnemers. Zoals de vertegenwoordigers van de sector in herinnering brengen, zullen illegale exploitanten hoe dan ook aan het verbod ontsnappen. Maar dit is duidelijk een ander verhaal.

Inflatie en reclame, valse vrienden?

Onlangs hadden we het over de blues van de Belgische consument en de bruuske daling van de vertrouwensbarometer in maart 2022, zoals aangehaald door de Nationale Bank in haar synthese. Je hoeft geen doctor in de economie te zijn om te vermoeden dat dit pessimisme onder andere te maken heeft met de voorthollende inflatie die basisproducten als voeding en energie treft. Kantar herinnerde ons er ook aan dat deze prijsstijging in de gedwongen uitgaven (die waar we nauwelijks zonder kunnen) vooral de laagste inkomenscategorieën treft. Wat kan deze galopperende inflatie betekenen voor de reclame? De grafieken in bijlage proberen een antwoord te geven. Wij hebben twee databronnen gekruist: de ene is afkomstig van de Federale Overheidsdienst Economie (FOD), die maandelijks de evolutie van de consumptieprijzen analyseert, de andere baseert zich op de opvolging van de gehorodateerde televisie-investeringen. Deze laatste bron maakt het mogelijk zo ver terug te gaan (1998) als de gegevens van de FOD Economie en ook te profiteren van gegevens over het eerste kwartaal van 2022. Ze geeft uiteraard niet alle reclame-investeringen in België weer en is uitgedrukt in brutotermen. Wij hebben de algemene inflatie en de TV-waarde van alle categorieën vergeleken, en ons vervolgens geconcentreerd op de economische groep voedingsmiddelen, die ook alle dranken omvat. In beide gevallen blijkt dat de ontwikkeling van de consumptieprijzen en die van de televisiereclame tamelijk parallel lopen en dichtbij elkaar liggen. Dit is ook behoorlijk duidelijk voor voeding. Kortom, de huidige inflatie zou moeten correleren (we hebben het niet over causaliteit) met een stijging van de waarde van de investeringen in tv-reclame. We mogen wel niet vergeten dat het om bruto waarde gaat. Het is niet zeker dat de prijsstijgingen ook zullen leiden tot een (sterke) stijging van de inkomsten voor de betrokken zenders. Het is dan ook helemaal niet zeker of de inflatie wel zo lief zal zijn voor de media-economie.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Niet altijd vertrouwen inzake data

Net als vorig jaar werd in de Digimeter aan de 2.972 respondenten een vraag over data gesteld: "Welke organisaties vertrouwt u het meest wat uw persoonlijke gegevens betreft? Deze vraag gaat vergezeld van een lijst van 13 mogelijkheden, die zeer uiteenlopend zijn, aangezien zij niet alleen de media betreffen, maar ook openbare en particuliere instanties zoals banken en verzekeringsmaatschappijen. De algemene resultaten voor 2021 leunen in het algemeen sterk aan bij die voor 2020: zij plaatsen media onderaan de lijst, maar maken een onderscheid tussen internationaal en lokaal. Sociale netwerken scoren het slechtst, maar ook internationale media en digitale spelers doen het niet erg goed. Net als vorig jaar zijn het de "Vlaamse openbare media" (kortweg VRT) die het best, of het minst slecht, scoren in de mediacategorie. De grootste verschillen met de vorige editie betreffen de overheidsinstanties, die kampen met een aanzienlijke daling van het vertrouwen, maar blijven toch vrij sterk. De leeftijdsprofielen lijken sterk op die van 2020: de jongste respondenten hebben het meeste vertrouwen in alle voorgestelde categorieën, behalve in de overheid, die de oudere respondenten meer vertrouwen inspireert. Nieuw in deze editie is een uitsplitsing van het opleidingsniveau van de respondenten in vier categorieën, van laag tot hoog, plus een vakje "student of niet beschikbaar", dat waarschijnlijk heel uiteenlopend is. Het is bij deze "cluster" dat wij de verhoudingsgewijs hoogste vertrouwensniveaus in de media vaststellen. Het vertrouwen in instellingen is duidelijk sterk gecorreleerd met het opleidingsniveau van de respondenten: het neemt toe naarmate de opleiding langer duurt. De hoogste categorie is in dit opzicht de categorie die ook het hoogste proportionele vertrouwen aan de VRT geeft. De rangschikking verschilt echter weinig tussen de verschillende segmenten van de bevolking. En ze zijn niet erg positief voor de media, vooral de sociale media. Paradoxaal genoeg toont de Digimeter ook aan dat de Vlamingen deze platformen in 2021 niet echt hebben gemeden.

SVOD in Vlaanderen: lokale content, ja maar...

Terwijl de aandelenmarkt het Netflix-aandeel zwaar afstraft wegens abonneeverlies, blijkt uit verse gegevens van de jaarlijkse Digimeter-enquête dat er een vrij solide basis is in het noorden van België. Sinds Netflix in 2015 in het onderzoek is opgenomen, is de penetratie van de voormalige dvd-verhuurdienst namelijk gestaag gegroeid, zelfs de laatste 2-3 jaar, ondanks de opkomst van meer concurrentie. Van 12% in 2015 bereikt Netflix in het laatste kwartaal van 2021 bijna één op de twee Vlamingen (bij de 16-24-jarigen is dat 74%!). Opmerkelijk is dat ook de concurrentie erin slaagt vooruitgang te boeken: Disney+ en Amazon Prime verdubbelden hun (veel bescheidener) penetratie tussen 2020 en 2021. StreamZ, de SVOD die de nadruk legt op zijn lokale kant, zit ook in de lift, maar blijft veel bescheidener. Opvallend hierbij is dat bij lineaire televisie lokale inhoud weliswaar duidelijk de voorkeur geniet van de Vlaamse kijkers, diezelfde lokale inhoud - de troef waar StreamZ naar eigen zeggen prat op gaat - in het SVOD-segment veel minder aantrekkelijk lijkt te zijn. Dit wordt nog duidelijker als we kijken naar een aantal specifieke gegevens uit de Digimeter. Die bevat meer bepaald een vraag over de opgezegde abonnementen. Dit maakt het mogelijk om voor een aantal platformen een berekening te maken van het behoud en de nettowinst tussen 2020 en 2021. De penetratiegraad van 49% van Netflix die in 2021 werd opgetekend, blijkt dus het resultaat te zijn van een verlies of "churn" van 3%, en dus een nettowinst van 7% van de Vlaamse 16+-bevolking. Als gevolg daarvan heeft Netflix een retentieratio van 93% voor 2021 (voor de geïnteresseerden: deze ratio wordt verkregen door de in 2021 geleden verliezen af te trekken en dit resultaat te delen door de penetratie van 2020). Dezelfde verhouding is 75% voor Disney+, 67% voor Amazon, maar slechts 50% voor StreamZ. Dit platform kampt inderdaad met een aanzienlijke churn, en de penetratie in 2021, 11%, is dan ook het resultaat van een netto toename van 7% en een retentie die beperkt blijft tot 4%, d.w.z. de helft van 2020... Uiteraard mag niet uit het oog worden verloren dat dit de resultaten zijn van een enquête die werd uitgevoerd bij iets minder dan 3.000 personen van ten minste 16 jaar oud die in Vlaanderen wonen. De nauwkeurigheid van deze gegevens wordt dus gekenmerkt door foutenmarges die meerdere maanden teruggaan. Netflix lijkt echter een succesvol bedrijf te zijn in Vlaanderen en StreamZ een challenger een uitdager die nog moet groeien.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Ukraine in the news: crisis? what crisis?

De cynici van deze wereld hebben het over een 'dode/kilometer' ratio die grosso modo betekent dat het belang van nieuws afhangt van de afstand (hoe verder af, hoe minder belangstelling) en van het aantal doden (dat de dramatische schaal bepaalt). Het is waarschijnlijk dat COVID veel minder mensen het leven heeft gekost dan de Russische invasie in Oekraïne, maar als je de populariteit van het nieuws in 2020 ten tijde van corona vergelijkt met die sinds 24 februari, de dag waarop de "speciale militaire operatie" van start ging, dan zit je duidelijk in een andere dimensie. Corona was voor onze deur, Oekraïne ligt duidelijk verder weg. Hoe komen we tot deze diagnose van geringer belang? We hebben in de mate van het mogelijke de dagelijkse mediaconsumptiegewoonten - d.w.z. op televisie en internet - opgevolgd en de recentste beschikbare informatie bijeengebracht (tot 19 april voor internet en 20 april voor tv). Bij televisie zijn we vertrokken van de typologie "general news" en de kijktijd per individu. Zoals uit de grafieken blijkt, is de kijkcurve voor het jaar 2020 duidelijk gestegen vanaf week 11 (medio maart 2020), de start van de eerste lockdown. Het niveau bleef hoog. Afgezien van de eerste paar weken van 2021 bleef de belangstelling voor televisienieuws over het algemeen achter ten opzichte van het eerste coronajaar. Vandaag (2022), met een gemiddelde van 18 en 16 minuten kijktijd in respectievelijk het Noorden en het Zuiden tijdens de laatste 7 beschikbare dagen, zitten we ver onder de pieken van 47 en zelfs 65 minuten in respectievelijk het Noorden en het Zuiden op de slechtste momenten van de coronacrisis. We zitten zelfs onder 2021. Voor het internet is onze basis het nettobereik van meer dan twintig "nieuws" sites en apps. Ook hier gaf de coronacrisis de bereikcijfers een sterke boost gedurende het grootste deel van 2020 en waren de kijkcijfers het daaropvolgende jaar over het algemeen lager. In 2022 lijkt de week onmiddellijk na de inval in Oekraïne een kleine impuls te hebben gegeven aan de online nieuwsconsumptie, met name aan Franstalige kant, maar de belangstelling is sindsdien aanzienlijk afgenomen. Om sporen van de Oekraïense crisis te vinden, moeten we dus andere bronnen gebruiken. Het onderzoek naar het moreel van de consumenten, dat wij een paar weken geleden hebben geëxploiteerd, is er zo eentje en dat weerspiegelt een echte crisis.

Digitale reclamebestedingen: in afwachting van beter

De door de UMA geïnitieerde Digital Benchmark over de waarde van de digitale reclamebestedingen in ons land presenteerde zopas zijn derde configuratie. Aanvankelijk was hij beperkt tot de leden van de vereniging van mediabureaus (configuratie 2019), maar vervolgens werd hij uitgebreid met andere tussenpersonen om aldus een betere representativiteit te bieden (2020). De laatste ontwikkeling - data voor 2021 en met terugwerkende kracht tot 2020 - omvat een gezamenlijk project met de UBA, om de reikwijdte verder uit te breiden met enquêteresultaten over de digitale bestedingen door adverteerders buiten de bureaus om, hetzij via interne diensten, hetzij via een internationale hub. Ver van de oproep in het Global Media Charter van de World Federation of Advertisers: "Advertisers seek the means to track their level of media spending, within their competitive set and within their category. [...]. We ask publisher and platform partners to help facilitate a solution to this challenge, by sharing impression level data with spend tracking companies." Hoewel dit gepubliceerd werd in 2018 en we kunnen niet zeggen dat de betrokken spelers op dit front veel vooruitgang hebben geboekt. Kortom, de resultaten van de UMA-UBA zijn voor verbetering vatbaar, maar zij compenseren ten minste gedeeltelijk de mist waarin platformen en pige de markt laten zitten. Een van de leemten in de Benchmark betreft de gedetailleerdheid per merk. Er is alvast een aanwijzing: wij kunnen in ieder geval een overeenstemming vaststellen tussen het aandeel van de investeringen in de crossmediale markt en dat in het specifieke digitale segment door de verschillende productsectoren. Met andere woorden: een grote investeerder in crossmedia staat gelijk aan grote investeerder in digital, en vice versa. Hypothese: wat voor de productsectoren geldt, geldt ook voor de merken binnen die sectoren. Ook valt op dat de categorieën die veel in digital investeren dichter bij het algemene aandeel zitten, d.w.z. 32% van hun totale investeringen binnen de UMA-perimeter van 2021. De meer atypische niveaus, schommelend tussen 4,5% en 74% besteed aan digital, worden over het algemeen aangetroffen in meer bescheiden productsectoren. Bescheiden is ook de waarde van deze luttele inzichten, maar het zijn de beste lessen die we kunnen trekken.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Media kies je niet instinctief

Je herinnert je vast nog wel de resultaten van de enquêtes over de investeringsintenties van de marketeers voor 2021 en 2022: volle kracht vooruit voor digitale media en voet op de rem voor de meeste offline media. Het mode-effect is zeer waarschijnlijk, maar wij kunnen niet uitsluiten dat beslissingen worden ingegeven door het specifieke gedrag van de betrokken personen. Het is niet de eerste keer dat een dergelijke afspiegeling opduikt: de mediaconsumptie van vrouwen en mannen die in de marcom-sector werken, durft nog al eens te verschillen van de rest van de consumenten. Een Zwitserse regie publiceerde zopas de resultaten uit een grootscheeps onderzoek (657 respondenten, van wie 279 bij bureaus en 219 bij de adverteerder) over het persoonlijke mediagebruik van deze marcom professionals. De vragenlijst geeft resultaten over ± 45 items, variërend van mediacategorieën (televisie, dagbladpers print, enz.) tot specifieke spelers (VOD, sociale netwerken) tot toestellen, zoals smart speakers. Het onderzoek vergelijkt vervolgens de resultaten van de marcom respondenten met die van referentie-onderzoeken bij de Zwitserse bevolking van 15 jaar en ouder. Er komen duidelijke verschillen aan het licht: terwijl de algemene gedragingen met betrekking tot audiovisuele media vrij vergelijkbaar zijn, consumeren marcom-respondenten aanzienlijk meer van alles wat met het digitale aanbod te maken heeft, terwijl zij duidelijk onder het algemene niveau voor het lezen van de gedrukte pers blijven. Meer in detail zeggen marcom-individuen in totaal ongeveer 19 verschillende media te consumeren, vergeleken met iets minder dan 12 bij de referentiebevolking. De oorsprong van het verschil ligt in alles wat geconnecteerd is: gemiddeld 7,8 tegenover 15,3 inzake digital voor de marcom respondenten, die dus veel meer technogericht zijn. In een deel van de enquête werd de respondenten ook gevraagd de penetratiegraad van verschillende media in de totale bevolking in te schatten. We kunnen ervan uitgaan dat er weinig "mediamensen" zijn ondervraagd, want in de antwoorden wordt het gebruik van offline media - voornamelijk print - onderschat en het bereik van digitale media, zoals Netflix, Instagram of Spotify, overschat. De discrepanties tussen schattingen en reële waarden zijn minder groot bij professionals met ten minste 20 jaar ervaring, oef. Maar wat deze negende studie over dit onderwerp vooral bevestigt, is dat puur instinct - gebaseerd op de eigen ervaring met de media - een zeer slechte gids is als het gaat om het sturen van reclamebestedingen.

Is de consumentenblues besmettelijk?

Of om het anders te formuleren: als de Belgische consument zich down voelt, heeft deze depressie dan meer of minder snel een invloed op de waarde van mediabestedingen? Dit is inderdaad een geschikt moment om deze vraag t beantwoorden, aangezien de resultaten uit de laatste barometer van het consumentenvertrouwen zeen nogal spectaculaire duik namen. De redenen liggen voor de hand: de oorlog in Oekraïne, de stijgende prijzen en de dreiging van een ernstige economische depressie. Dankzij de open data van de Nationale Bank kunnen we toch terugkijken op deze indicator, die de recente crisissen weerspiegelt: de bankencrisis in het najaar van 2008, de euro- en Griekse schuldencrisis eind 2012, corona in het voorjaar van 2020, allemaal momenten waarop het consumentenvertrouwen logischerwijze tot een dieptepunt is gedaald. Wij kunnen ons voorlopig troosten (?) met de vaststelling dat de indicator er ooit nog slechter aan toe was, maar misschien is dit nog maar een begin. De vertrouwensindex aggregeert verschillende datareeksen. Twee ervan bereikten hun laagste peil in maart 2022, en dat zal waarschijnlijk niemand verbazen: de verwachtingen inzake de economische situatie in België en die van de financiële situatie van de gezinnen zakken naar historische diepten. Anderzijds is de perceptie van de werkgelegenheidssituatie niet al te slecht. Parallel daaraan vertoont de evolutie van de mediabestedingen (beperkt tot offline: Nielsen is inderdaad uit beeld voor digital) grotere schommelingen, die echter niet erg synchroon lopen met de barometer van de Nationale Bank. Zelfs in de veronderstelling dat er vertragingen optreden (een tragere aanpassing van de mediabestedingen aan veranderingen in de vertrouwensindex), is de correlatie tussen de twee gegevensstromen beperkt. Hoewel de waarde van de bestedingen en de vertrouwensindex bij de consumenten in 2020 opmerkelijk dicht bij elkaar lagen, zoals blijkt uit onze grafieken. Een laatste opmerking: de geconsolideerde gegevens van Nielsen verschijnen in een lager tempo dan de indicator van de Nationale Bank. Voorlopig stopt deze informatie dus bij januari 2022 en is zij niet helemaal volledig. Kortom, de recentste informatie over deze datafeeds kunnen nog veranderen.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Smartphone: music maestro!

Het is al lang bekend dat smartphones intensief en zelfs compulsief worden gebruikt. Een Engelse studie uit 2015 telde gemiddeld niet minder dan 264 sessies per dag op een panel van 1.500 apparaten die volgens een passieve methode werden geanalyseerd. De kans is klein dat deze cijfers sindsdien gedaald zijn. Onlangs nam de CIM Audio Time-studie de smartphone op bij de toestellen die worden gebruikt om audiostreams te consumeren (vorige week hadden we het over een ander toestel, de smart speaker). De smartphone is het op één na belangrijkste toestel om audio te consumeren, goed voor 14% van de tijd in Vlaanderen en niet minder dan 21% bij Franstaligen. Het toestel wordt weinig gebruikt voor radiostreams, maar in Vlaanderen besteedt een kleine groep gebruikers (minder dan 3%) bijna 3,5 uur per dag aan het luisteren naar live radio via de sites of apps van de omroepen, en er wordt nog een kleine cluster geïdentificeerd die naar live radio luistert via een aggregator zoals TuneIn, Radioplayer. Aan Franstalige zijde wordt de radioconsumptie via smartphones verdeeld in twee groepen van min of meer vergelijkbare omvang, met aan de ene kant de afzonderlijke radioaanbiedingen en de aggregatieplatformen aan de andere. Native podcasts en replay radio zijn twee andere vrij kleine categorieën in smartphonegebruik. In feite vertegenwoordigt muziek het grootste deel van de audioconsumptie via smartphones. Als we streaming, muziek via platformen (YouTube & co) en muziek waarvan consumenten zeggen dat ze die hebben "gedownload of gekocht" samenvoegen, komen we aan 75% van de audiotijd in Vlaanderen en 80% in het zuiden. OK, de audiostreamingdiensten die in de vragenlijst als voorbeeld worden genoemd ("Spotify, Deezer, YouTube Music, Soundcloud ...") kunnen iets anders aanbieden dan muziek en met name podcasts. Podcasts worden echter in een aparte rubriek vermeld, en zijn dus in principe in deze rubriek opgenomen. Kortom, afgezien van basisfuncties zoals telefoongesprekken (!), is audio via de smartphone vooral goed voor muziek.

Small speaker

We komen nog even terug op de Audio Time-studie, die Ipsos tijdens het derde kwartaal van 2021 in opdracht van het CIM voerde bij bijna 3 500 respondenten tussen 12 en 74 jaar. Ter herinnering: deze bron brengt alle audioconsumptie (niet alleen radio) in kaart, per contentvorm, per locatie en per device. Een van de verwachte nieuwigheden betreft het luisteren via smart speakers. En het minste wat we kunnen zeggen is dat, wat de audio-consumptie betreft, dit echt een niche is: in het noorden van het land bedraagt de luistertijd in verhouding tot het universum 14 minuten tegenover meer dan 5 uur per dag voor audio in zijn geheel, dus een aandeel van 5%. In het Franstalige deel van het land bedraagt de dagelijkse luistertijd minder dan 7 minuten, d.w.z. 3% van het totaal van 4u32. De toekomst zal uitwijzen of dit de start van een snellere opmars, maar vooralsnog kunnen we niet spreken van een duidelijk succes. Op basis van de voorlopig verzamelde info over de kleine bevolkingsgroepen, kunnen we besluiten dat smart speakers slechts zeer zelden gebruikt worden voor live of replay radio, ook al maken Nederlandstaligen er soms gebruik van. De favoriete genres voor dit type ontvanger zijn audiostreaming, vooral in het noorden, en muziek, maar vooral in het Franstalige deel van het land. Het zal niemand verbazen dat de gebruikers vooral jong zijn (hoofdzakelijk 25-34 jaar), actief en onderdeel van een gezin met kinderen. Maar los van het bevolkingssegment, het gebruik van de smart speaker blijft sterk in de minderheid: het is vaak het minst geciteerde devices bij de verschillende opties.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Spelconsoles: gestabiliseerde evolutie

Deze week werd bekendgemaakt dat de markt voor videogames in 2021 zo'n 600 miljoen euro waard zal zijn in België. Dat is een bescheiden stijging na 2020, het jaar van de eerste lockdown. Tegelijkertijd was 2021 volgens de Global Web Index (GWI) een jaar van stabilisatie voor via fysieke drager. De penetratie van de spelconsole lijkt zich te hebben gestabiliseerd op ongeveer 50% per dag in het universum van de studie (internetgebruikers van 16-64 jaar). Ook de aangegeven gebruiksduur blijft op ongeveer een uur en een kwartier per dag. Er is dus geen sprake meer van een razendsnelle opmars. Het afgelopen jaar waren de gebruikers van de spelconsole vooral te vinden bij de jongere generaties, hoofdzakelijk mannen onder de 35 jaar en de minder bevoorrechte inkomensgroepen, vooral in het zuiden van het land. Maar het door de Global Web Index verschafte beeld is niet volledig: het heeft alleen betrekking op consolegebruik, terwijl de het aandeel van de fysieke gaming volgens de industrie 58% bedraagt en dat van online gaming 42%. K ortom, de GWI vertelt niet het hele verhaal over de gaming wereld en de stabilisatie die de recentste cijfers suggereren, houdt geen rekening met een mogelijke toename van het online gamingsegment via minder specifieke devices, zoals de computer of de smartphone. Elders in de GWI blijkt uit vragen over spelactiviteiten dat gratis spelletjes de meest genoemde optie zijn, gevolgd door gedeelde online games. In beide gevallen is het gebruik van een fysiek device niet nodig; de stabiele cijfers zijn dus vooral hypothetisch.

Home sweet audio

Aan het begin van de coronacrisis dachten dat de lockdown een hele slechte zaak zou worden voor de radio: de drastische beperking van de verplaatsingen - die in ons land heel vaak per auto gebeuren - zou het radiobereik drastisch en automatisch beperken. Mis poes. Zelfs voor corona vond een aanzienlijk deel van de radioconsumptie al thuis plaats en de lockdown versterkte die trend gewoon. Dankzij de publicatie van het Audio Time-onderzoek van het CIM hebben we nu een ruimer beeld, aangezien daarin het hele audiobereik bekeken wordt, en niet alleen radio. Audio Time werd online gevoerd tijdens het derde trimester van 2021 bij 3500 respondenten van 12 tot 74 jaar. De periode van de field is belangrijk, maar daarover later meer. Aangezien Audio Time ook de luisterplaats betreft, analyseerden we dus per regio de dagelijkse penetratie van audio in zijn geheel en de luistertijd opgesplitst naargelang de opgesomde plaatsen. Teruggebracht tot zijn waarde tegenover de gehele bevolking maakt de luisterduur ook de berekening van een bereikaandeel mogelijk. Dat is onverbiddelijk: zowel in het noorden als in het zuiden wordt audio vooral thuis geconsumeerd, los van de aard van de content (radio, streaming, podcasts of eigen muziek). Ondanks een lagere penetratie maar dankzij een recordduur staat luisteren op het werk (of op school) op de tweede plaats. Luisteren onderweg (in de auto, op het openbaar vervoer of te voet) staat in feite slechts voor een klein aandeel: iets minder dan 12% in het noorden en zo'n 15% in het zuiden. Ook al betreft het luisteren in de auto zowat een derde van de respondenten op een gemiddelde dag, de luistertijd (zo'n 90 minuten per dag) beperkt het globale gewicht. Dus ja, de enquêteperiode heeft wellicht het aantal verplaatsingen wat beperkt door het thuiswerk. Daarom kan een herhaling van het onderzoek tijdens een normalere periode wellicht bepaalde bezwaren wegwerken en zal het aandeel van thuis luisteren misschien enigszins dalen, maar de conclusie zal blijven dat radio en audio in het algemeen niet beperkt zijn tot 'mobiele' situaties.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Out of home: mobiliteit benadert die uit het verleden

Een van de zeldzame informatiebronnen over het verplaatsingsgedrag tijdens de gezondheidscrisis berust op de 'Community Mobility Reports' van Google. Die worden opgesteld door de geanonimiseerde trajecten van al wie de 'localisatiefunctie' heeft opstaan op zijn smartphone samen te voegen (de bron is dus niet exhaustief). Die verplaatsingen worden gekruist met een plaatstypologie (die aan de basis ligt van Google Maps). Dat levert variaties op per type verplaatsing, opgesteld ten opzichte van een baseline berekend voor de eerste weken van 2020, voor de lockdown. Voor de meeste categorieën registreren de indicatoren een verandering van het aantal bezoeken aan de verschillende plaatsen, maar voor de categorie 'Residential' - en alleen voor deze - wordt de indactor gemeten door een verandering in duur, dus de tijd die thuis wordt doorgebracht. De basiscijfers betreffen de dagelijkse variaties die we per maand hebben samengevoegd (om het allemaal leesbaar te houden, aangezien de gegevens nu een periode van twee jaar beslaan). Hoewel de maandelijkse aanpak de neiging heeft de variaties een beetje af te vlakken, zijn de effecten van de lockdowns zeer zichtbaar, vooral op het gebied van retail, recreatie en openbaar vervoer. De categorie 'parken' heeft twee superdrukke momenten doorgemaakt, die waarschijnlijk eerder verband houden met het weer: we mogen niet vergeten dat de berekeningsgrondslag een winterperiode is, met koude temperaturen en weinig licht, dus niet erg gunstig voor buitenactiviteiten, precies diegene waarop deze rubriek betrekking heeft. De twee pieken die in de 'parken' werden waargenomen, vallen echter samen met de zomervakantie en het normaal zachtere weer. We kunnen er ook de mogelijke definitieve inburgering van een zekere mate van telewerken in aflezen, aangezien de rubriek 'arbeidsplaatsen' (tot dusver) nooit zijn niveau van vóór de COVID evenaarde. Voor het openbaar vervoer leek het begin van de herfst 2021 te wijzen op een terugkeer naar de normaliteit, maar daarna volgde een daling die nu gestopt lijkt. Al met al zien we een terugkeer naar een zekere normaliteit in onze verplaatsingen, ook al vertoont deze "nieuwe normaliteit" enkele verschillen met de situatie vóór COVID. De geschiedenis zal ons leren of wij een nieuw evenwichtspunt hebben bereikt.

Oorlog in Oekraïne: minder druk gevolgd dan corona

"I don't like to read the news" zong de betreurde Mark Hollis op het eerste album van Talk Talk. Is dit de algemene teneur bij de Belgen sinds het Russisch-Oekraïense conflict in alle hevigheid is losgebarsten? Voor zover het mogelijk is de dagelijkse consumptiegewoonten in de media - d.w.z. op televisie en internet - te volgen, hebben wij de meest recente beschikbare informatie bijeengebracht (tot 2 maart, d.w.z. binnen 7 dagen na de Russische aanval). Voor televisie is het uitgangspunt de typologie "algemeen nieuws" en de kijktijd per individu. Zoals uit de grafieken blijkt, begint de kijkcurve voor het jaar 2020 te pieken in week 11 (maart 2020) met de eerste lockdown. Hij blijft de rest van het jaar op een hoog niveau. Afgezien van de eerste paar weken van 2021 is de belangstelling voor televisienieuws over het algemeen onder het "eerste coronajaar" gebleven. Vandaag (2022) ligt het niveau met een gemiddelde van 24 minuten in het Noorden en het Zuiden over de laatste 7 beschikbare dagen, net boven de 21 minuten die gemiddeld voor 2022 zijn gemeten, maar ver onder de pieken van 47 of zelfs 65 minuten in respectievelijk het Noorden en het Zuiden op de slechtste momenten van de coronacrisis. Voor het internet is onze basis het nettobereik van meer dan twintig nieuwsgerelateerde websites en toepassingen. Ook hier heeft de coronacrisis het aantal surfers gedurende het grootste deel van 2020 gestimuleerd, en het daaropvolgende jaar waren de cijfers over het algemeen lager. De oorlog in Oekraïne is ook hier zichtbaar, met een geleidelijke stijging van de belangstelling aan de noordelijke kant en een sterke versnelling aan de Franse kant. Maar in beide landsgedeelten toont de vergelijking met de "coronapiek" aan dat de inval van Rusland in zijn buurland (nog?) niet concurreert met de belangstelling van de Belgen voor nieuws over de pandemie.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Het disproportionele universum van audio streaming

De Audio Time-studie van het CIM werd gelanceerd tijdens de Soniq Awards en kreeg daar de aandacht die ze verdiende. De generalistische benadering van audio, ook wel bekend als 'Share of Ear', is niet helemaal nieuw, aangezien IP reeds een soortgelijke aanpak hanteerde. Maar het feit dat deze onmisbare gids van het audiolandschap (niet alleen radio) een plaats krijgt tussen de CIM-studies, is echt goed nieuws. Ter herinnering: het gaat om een onderzoek dat in het derde kwartaal van 2021 online gevoerd werd bij bijna 3 500 respondenten tussen 12 en 74 jaar. Er komen heel wat aspecten aan bod; onze grafieken analyseren deze keer audio streaming. En wat blijkt? Er zijn enorme verschillen. Ten eerste, tussen de verschillende merken. En tussen generaties. Audio streaming is geen massamedium: op een gemiddelde dag wordt er door ongeveer 1 individu op 6 (17%) van de referentiepopulatie naar geluisterd; de sessies duren echter heel lang, meer dan 4 uur per dag. Dit audiokanaal omvat weliswaar zes verschillende merken, plus één "ander", maar de eerste twee van deze merken zijn goed voor 91% of 83% van de luisteraars, al naargelang het om Vlaanderen of Franstalig België gaat. Aan Nederlandstalige zijde regeert Spotify, met 80% van de totale luistertijd alleen. Wat de generaties betreft, is de situatie ook zeer onevenwichtig: audiostreaming is uiterst geconcentreerd bij jongeren onder de 45 jaar. Er is weinig verschil tussen de verschillende aanbiedingen: de gemiddelde leeftijd van de luisteraars varieert tussen 23 en 28 jaar, afhankelijk van het merk (behalve voor Amazon Music, dat vooral populair is bij veertigers, maar een uiterst beperkt publiek heeft). Maar laten we eerlijk zijn: bij Spotify zegt 57% van de maandelijkse gebruikers de betaalde versie te gebruiken, wat een meerderheid is, maar geen overweldigend aantal. Smartphone is het vaakst gebruikte toestel voor audiostreaming (48% nationaal), maar toch blijft er ruimte over voor de computer (22%) of de smart speakers (11%, maar duidelijk meer in Vlaanderen met bijna 13% van het volume). Ten slotte is audiostreaming, hoewel het zeer segmenterend is in termen van leeftijd, veel minder segmenterend in termen van geslacht en ook al is het zeer selectief op de rijke sociale categorieën, komt het helemaal niet voor in de sociale groepen 7 en 8.