Seen from Space

Inzake digital voice command hinkt België achterop

Is het een kwestie van taal? De Global Web Index maakt het mogelijk om het (verklaarde) gebruik van voice commands in search of om tools als Siri en Alexa te bedienen, in ons land te vergelijken met het geheel van de globale databank. Met een gebruikspercentage van 28% bij de surfers van 16 tot 64 jaar, scoort Europa beduidend hoger dan alle andere regio’s ter wereld (Zuidoost-Azië staat op kop). Maar 28% is een gemiddelde van meerdere landen (berekend aan het einde van het tweede trimester van 2018) en het ligt een stuk hoger dan de realiteit in België. Bij ons stelde slechts ongeveer een internaut op zes voice te hebben gebruikt om te zoeken op sleutelwoorden of zijn voice assistant te activeren. Is het een kwestie van beschikbare talen? Volgens www.globalme.net ondersteunden noch Google Home noch Alexa in oktober vorig jaar het Nederlands (enkel Siri ‘verstaat’ deze taal). Als we het gebruik van voice voor 2017-2018 in België analyseren, stellen we een sterkere penetratie vast bij de Franstaligen dan bij de Nederlandstaligen: het ontbreken van een Vlaamse versie van Alexa is wellicht frustrerend. Andere vaststelling: deze nieuwe vorm van interactie met machines spreekt vooral jongeren en mannen aan. De massale doorbraak van voice tools is in ons land echter nog niet echt een feit.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Internet steeds mobieler

Bijna 25 jaar geleden werd het internet opengesteld voor het grote publiek. De tijd van het trage en vaste internet op een klein, lomp scherm dat je moest raadplegen via een grote grijze doos en een luidruchtige modem, ligt ver achter ons. Het werd steeds mobieler en dus toegankelijk via steeds draagbaardere en krachtigere toestellen. De Establishment Survey vraagt onder andere aan zijn respondenten welk type toestellen ze gebruiken om te surfen en de doorbraak van mobile blijkt duidelijk uit hun antwoorden. In de vorige versie eindigden smartphone en laptop nog op (ongeveer) gelijke hoogte, maar nu onderscheidt de smartphone zich duidelijk. Het is het vaakst gebruikte toestel om het internet te raadplegen. Dat geldt voor de hele bevolking (12+), maar ook voor alle leeftijdscategorieën, met uitzondering van de 55-plussers die de laptop boven de smartphone verkiezen (ook al boekt die ook bij hen een enorme vooruitgang). Ook al is de smartphone het vaakst geciteerde toestel bij de 12-54-jarigen, hij is het populairst bij de 12-34-jarigen (92% in het noorden, 87% in het zuiden). De drie andere types toestellen gaan achteruit. In geringe mate wat de laptop en de tablet betreft, duidelijk in het geval van de vaste pc (zowel op het werk als thuis). Er rest een belangrijk verschil tussen noord en zuid. In Vlaanderen wordt er meer gesurft dan in Franstalig België, los van het type toestel. De kloof is minder duidelijk op de smartphone en beide markten evolueren duidelijk in dezelfde richting. Mobile zit dus duidelijk in de lift, ook bij de senioren. Smartphone en laptop worden gebruikt door een aanzienlijke meerderheid, terwijl pc en tablet (een mobiel, maar erg 'zittend' toestel) in de minderheid zijn en achteruitgaan.

Binge watching gaat achteruit en betalende streaming vooruit

In de recente definitieve versie van de Establishment Survey (ES) CIM, gaat het percentage van de binge watching fans licht achteruit, vooral door de Franstalige 35-plussers. Dat lijkt vrij onverwacht, als je kijkt naar het succes van Netflix, de toenemende volumes TSV, VOD en digitale opnames zoals die gemeten worden in de CIM tv, maar het is niet per se onmogelijk. Want misschien is binge watching net zo goed een mode als een gedrag? Kijken naar Netflix impliceert immers niet automatisch dat je dwangmatig een enkele serie doorkijkt, en dat geldt al zeker niet voor uitgesteld kijken. Gaat het hier om een realiteit of om een vertekend beeld door een declaratieve studie? Het is onmogelijk om die knoop definitief door te hakken, maar de bijbehorende items zijn zeer coherent ten opzichte van objectievere indicatoren. Zo evolueert de herkomst van de bekeken series vrij logisch in de tijd. De hoofdbron voor seriemarathons blijft de thuisopnames via de set-top box, maar hun volume neemt af. De tweede bron is de betaalde streaming van Netflix, die een duidelijke stijging vertoont bij categorie onder de 55. Deze betaalde streaming is uitgegroeid tot de belangrijkste bron van binge-watching voor 12- tot 34-jarigen. Daarna volgen de secundaire bronnen, die allemaal afnemen: VOD-operators, sites en apps-kanalen, DVD / BluRay en andere downloads / gratis streaming, legaal of niet. Blijkbaar geldt een streven naar meer comfort en eenvoud. En laten we niet uit het oog verliezen dat ondanks de lichte daling nog steeds meer dan een derde van de bevolking (12+), en meer dan de helft van 12-34 jaar, verklaart te binge watchen. * : Binge watching wordt in de ES gedefinieerd als het kijken naar drie of meer afleveringen van dezelfde tv-serie op dezelfde dag.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Een Belg op twee kijkt YouTube

Het staat ook in de laatste Establishment Survey van het CIM, maar het is in een jaar tijd amper veranderd: 47% van de Belgen van twaalf jaar en ouder verklaart naar naar YouTube te kijken, ofwel via de app of de site (46%), ofwel via hun televisietoestel “in de loop van de afgelopen maanden” (25%). De videosite van Google halt zelfs een penetratie van meer dan 50% bij de Franstaligen die minder geneigd zijn om via hun tv naar YouTube te kijken dan hun noordelijke landgenoten. De sociodemografische profielen zijn vrij voorspelbaar: penetraties van 70 tot 80% bij jongeren en/of individuen in gezinnen van meer dan twee personen en een zekere selectiviteit op de minder bevoorrechte sociale klassen. De grote verrassing zit in het verklaarde kijkgedrag. Individuen die verklaren vaak (dagelijks) tv te kijken vormen 71% van het totale universum en ze zijn ook ruimschoots in de meerderheid (61%) bij de YouTube-kijkers. Die zijn proportioneel iets beter vertegenwoordigd bij de individuen die minder vaak tv kijken, maar de verschillen zijn niet spectaculair. Het gaat hier natuurlijk om verklaard en zeer algemeen gedrag, en niet om kijkvolume. In de huidige Establishment Survey weegt iemand die af en toe een YouTube-video bekijkt evenveel als een individu die dat elke dag twee uur doet.

Binge watchers zijn dol op traditionele tv

Televisiekijken evolueert volop. In 2018 vertraagde de opmars van TSV, maar de groei van VOD en digitale opnames (buiten Live +7) is opnieuw ontloft. Wie zijn daarvan de heavy users, de binge watching fans? Het zijn heavy viewers in het algemeen. Er is sprake van een gemiddelde dagelijkse consumptie (ATV) van bijna vijf uur in het noorden en zes in het zuiden, met inbegrip van respectievelijk 60 minuten (21%) en 100 minuten (29%) VOD en digitale opnames (VOD/DO). Het kijkvolume VOD/DO strookt perfect met het globale televisiekijkvolume; light TV viewers zijn ook light VOD viewers. Wat hun profiel betreft, zijn ze zowel in het noorden als in het zuiden oververtegenwoordigd bij de 25-54-jarigen, bij de gezinnen met kinderen en de actieve bevolking. Inzake sociale groepen zijn ze in het noorden iets meer upscale dan bij tv in het algemeen, slechts 30% behoort tot de sociale groepen 1-4 in het zuiden. Ze zijn niet afgestapt van traditionele tv, ook al maken ze proportioneel iets meer gebruik van TSV dan de anderen. Hun neiging om VOD/DO te consumeren is groter overdag en lager tijdens prime time. Tijdens het weekend neemt deze neiging toe en peikt op zondag. Uiteindelijk zijn ze (in volume) de grootste klanten van de zenders, ook live. VOD-fans zijn dus zeker niet allergisch voor traditionele tv. Het zijn zelfs de grootste consumenten; VOD is vooral een manier om nog meer te consumeren. Ter herinnering: het gaat hier om wat via een televisietoestel wordt bekeken: een a priori aanzienlijk deel wordt dus niet gemeten (mobiele toestellen, PC/laptop, enzovoort), zeker bij de jongeren.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Gezinsbudgetten - korte en lange termijn

De afgelopen week had de pers het over de veranderingen die economische zaken doorvoerde in "het winkelmandje van de gezinnen" dat gebruikt wordt om de gemiddelde inflatiewaarde te bepalen. Daarbij vernamen we dat de prijs van tattoos, studentenkoten en kookboeken, om maar een paar dingen te noemen, voortaan ook een impact zouden hebben op de prijsindex die de indexering van de lonen in ons land bepaalt. De index wordt inderdaad jaarlijks herzien, met punctuele aanpassingen, die van de korte termijn. Maar de onderdelen berusten ook op de enquête naar het budget van de gezinnen waarvoor erg ver in de tijd kan worden teruggegaan, tot aan het einde van de jaren '70. In die tijd waren de basisbehoeften - voeding en drank, met inbegrip van alcohol, tabak en drugs (!) - goed voor 22% van het totaal. Vandaag (enfin, in 2016) vertegenwoordigen 'gezonde' voeding en dranken 13% van het totaal, tabak en drugs 2%. Vreemd genoeg vertegenwoordigt vervoer ongeveer een even groot aandeel in 2016 (11%) als tijdens de jaren 1970, na een peik tussen 2004 en 2008 (16%). Uitgaven voor wonen, met inbegrip van onderhoud, zijn historisch de grootste uitgavenpost voor gezinnen, hun gewicht is in 40 jaar tijd gestegen van 24 naar 30%. Kleding en schoenen die in 1978-79 rond 8% vertegenwoordigden, beperken zich vandaag tot 4%. En dan zwijgen we nog over de nieuwe producten, internet en smartphone die ook hun weg naar de studie hebben gevonden. De veranderde nomenclatuur sinds 2012 maakt vergelijkingen niet eenvoudig. De lange termijn is niet noodzakelijk onveranderd, maar helpt om bepaalde uitdagingen voor ons vak te begrijpen. Zoals de felle prijzenslag tussen de courante verbruiksproducten die geconfronteerd worden met een besparing op de uitgaven ten voordele van andere producten of diensten.

2018, vertraging in de opmars van TSV

Zoals verwacht nam de proportie uitgesteld kijken nogmaals toe in 2018. Die evolutie is al tien jaar bezig, maar het tempo waarmee het fenomeen toeneemt, is aanzienlijk vertraagd in vergelijking tot de vorige jaren (de proportie TSV - time shift viewing - was meer dan verdubbeld tussen 2014 en 2017). In 2018 en bij de 18-54-jarigen was 23% van het bereik uitgesteld in het noorden, tegenover 17% in het zuiden. Franstaligen kijken bij voorkeur uitgesteld de dag zelf (vosdal), in tegenstelling tot de Nederlandstaligen. Bij de jongste kijkers liggen deze cijfers uiteraard veel hoger (respectievelijk 26 en 18% op de 15-34-jarigen). Daar waar uitgesteld kijken oorspronkelijk een beperkt fenomeen was, betreft het nu een grote meerderheid van de kijkers. In 2018 bedroeg de dagelijkse penetratie bij de 18-54-jarigen 44% in het noorden en 37% in het zuiden. Bijna een Vlaamse kijker op twee doet het dus bijna dagelijks. Als we het moment analyseren, wordt er meer uitgesteld gekeken op maandag en minder tijdens het weekend. De maandelijkse pieken doen zich voor in april en in oktober. Op dagniveau wordt er twee keer meer uitgesteld gekeken tijdens prime time dan in day time. De TSV-curve volgt die van het bereik en van de reclameruis. Ook al weten we dat het zuiden op dat punt een technologische achterstand goed te maken had, toch stellen we vandaag nog steeds een duidelijk hoger percentage TSV vast in het noorden. Ook is men in het zuiden veel meer geneigd om de reclame in TSV te bekijken. Als je weet dat de reclameruis op de commerciële zenders veel hoger ligt in het noorden dan in het zuiden en dat de blokken er langer duur, is het verband gauw gelegd.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Audio, streaming breekt door

… en de radio blijft het goed doen. Volgens de laatste versie van de Establishment Survey (ES) van het CIM, is het percentage van Belgen in de categorie 18-54 dat een abonnement heeft op een betalende streamingdienst zoals Spotify, met zomaar even 48% gestegen in vergelijking tot de vorige editie. Tegelijk bleef het verklaarde radioluisteren stabiel: 87% verklaart de afgelopen maanden naar de radio te hebben geluisterd en 74% van de 18-54-jarigen zegt de vorige dag naar een of meerdere programma’s te hebben geluisterd. Een minieme daling (-1%) ten opzichte van de vorige editie van de ES. Audio streaming in het algemeen neemt toe met 28% in recent gebruik. Een unieke stijging die vooral gestimuleerd wordt door dagelijks luisteren: dat neemt toe van 7 naar 10%, relatief uitgedrukt een toename van 50%. Audio consumptie via videoplatformen (zoals YouTube) is – buiten de radio – de consumptievorm die het vaakst aangehaald wordt door de 18-54-jarigen. Hij neemt ook licht toe (+5%) in recent gebruik, dankzij een stijging van het aantal frequente luisteraars (3 keer per week en meer). Kortom, volgens de ES wordt het radiolandschap diverser, zonder afbreuk te doen aan de klassiekere consumptievormen.

OTT/streaming, aanvulling bij en geen substituut van tv

Terwijl er veel gesproken wordt over lokale versies van Netflix - vooral aan Vlaamse zijde - geeft de Establishment Survey 2017-2018 ons een CIM-versie van de penetratie van het OTT-platform bij de Belgen. Op basis van de vraag 'Welke van de volgende apps of sites gebruikt u om tv of video's te kijken op uw tv-toestel of op een ander scherm?' definieerden we eerst de aanwezige partijen en hun gewicht. Met 26% bij de Nederlandstaligen en 23% bij de Franstaligen is Netflix taalkundig evenredig vertegenwoordigd. Meer dan YouTube dat veel sterker aanwezig is aan beide zijden van de taalgrens, maar zwaarder doorweegt in Franstalig België. De derde trede van het podium hangt samen met de respectieve krachten van de operatoren: Telenet (Yelo Play) bij de Vlamingen, Proximus TV bij de Franstaligen. Vervolgens worden de platformen geanalyseerd naargelang de verklaarde kijkfrequentie naar televisie. In tegenstelling tot wat je zou denken, vertonen sommige kijkgewoonten die dicht bij het gemiddelde liggen. Dat is het geval van Proximus TV in beide taalgemeenschappen, van Yelo Play en Voomotion die bijna dezelfde proportie regelmatige kijkers halen als het gemiddelde. Het vrij bescheiden Dailymotion heeft het meest uitgesproken 'light viewer' profiel zowel in het noorden als in het zuiden. Wie dacht dat de verschillende online video opties het klassieke tv-kijken vervangen, is er dus aan voor de moeite. Er zitten evenveel 'niet-kijkers' bij de consumenten van YouTube, Netflix en konsoorten als in de algemene bevolking.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Online activiteiten van de Belgen behoorlijk stabiel

Respondenten aan de Establishment Survey van het CIM kunnen kiezen uit 18 opties om hun online activiteiten van de afgelopen maanden te beschrijven. Gemiddeld valideert een Belgische internaut er 8 (8,4 om precies te zijn). Regelmatige surfers (die dagelijks het internet gebruiken, zoals 85% van de internauten) verklaren net geen 9 activiteiten, tegenover 5,5 voor minder frequente internetgebruikers. De courantste activiteiten zijn de basics van het web: e-mailing, keyword search en willekeurig surfen. Daarna volgen ernstigere bezigheden (online banking, nieuws, informatie over producten) en 'leisure' (sociale netwerken, shoppen). Daarna komen nicheactiviteiten. Er is maar weinig verschil tussen deze Establishment Survey en de vorige. De grootste toename (+12% ) betreft de categorie 'andere toepassingen', zonder echter verdere precisering. De sterkste daling (-11%) treft de categorie van de muziekdownloads en podcasts. Betekent het dat er meer muziek via streaming beluisterd wordt? Het illegaal downloaden dat geformuleerd wordt als 'gratis downloaden van films en video's' is ook met 8% gedaald in de verklaringen. Ook hier zal streaming wellicht een rol gespeeld hebben.

Gezinsuitbreiding gaat gepaard met twee extra schermen per persoon

De Establishment Survey van het CIM is aan zijn twee editie toe. Het onderzoek maakt het onder andere mogelijk om het precieze referentie-universum te bepalen voor de tv-, radio- en internetstudie. Net zoals vorig jaar helpt de verwerking van deze vragen ons om te schatten over hoeveel schermen een Belg van minstens twaalf jaar kan beschikken: het gaat hier over televisies, maar ook computers (pc’s en laptops) die met internet verbonden zijn, tablets, smartphones en andere draagbare spelconsoles. Op deze basis worden er gemiddeld net iets meer dan zes schermen per individu geteld. Dat is bijna hetzelfde cijfer als vorig jaar. We hebben het opgedeeld volgens de tien levensfasen. We stellen pieken (tot 9 schermen) vast bij individuen in gezinnen, en een stijgende lijn naarmate jongeren het ouderlijk huis verlaten (3.8), gaan samenwonen (5.9) en kinderen krijgen (6.8 beschikbare schermen). Omgekeerd beschikken koppels zonder kinderen en vooral senioren over een beperktere infrastructuur. De omvang van het gezin maakt een groot verschil: elk extra gezinslid brengt een stijging van bijna twee schermen met zich mee, als het gaat om een gezin van 4 personen, en veel minder daarboven. Vanaf 5 personen doen nieuwe gezinsleden het aantal beschikbare schermen systematisch slechts toenemen met één extra scherm per gezin, maar het gaat dab meestal al om ruime infrastructuren. Natuurlijk lenen bepaalde toestellen zich eerder tot collectief gebruik dan andere. Zo zullen de drie smartphones binnen een gezin wellicht persoonlijk gebruikt worden door drie personen, terwijl PC’s of tablets uitgewisseld kunnen worden.

SeenFromSpace
SeenFromSpace

Een Belg op twee kijkt YouTube

Het staat ook in de laatste Establishment Survey van het CIM, maar het is in een jaar tijd amper veranderd: 47% van de Belgen van twaalf jaar en ouder verklaart naar naar YouTube te kijken, ofwel via de app of de site (46%), ofwel via hun televisietoestel “in de loop van de afgelopen maanden” (25%). De videosite van Google halt zelfs een penetratie van meer dan 50% bij de Franstaligen die minder geneigd zijn om via hun tv naar YouTube te kijken dan hun noordelijke landgenoten. De sociodemografische profielen zijn vrij voorspelbaar: penetraties van 70 tot 80% bij jongeren en/of individuen in gezinnen van meer dan twee personen en een zekere selectiviteit op de minder bevoorrechte sociale klassen. De grote verrassing zit in het verklaarde kijkgedrag. Individuen die verklaren vaak (dagelijks) tv te kijken vormen 71% van het totale universum en ze zijn ook ruimschoots in de meerderheid (61%) bij de YouTube-kijkers. Die zijn proportioneel iets beter vertegenwoordigd bij de individuen die minder vaak tv kijken, maar de verschillen zijn niet spectaculair. Het gaat hier natuurlijk om verklaard en zeer algemeen gedrag, en niet om kijkvolume. In de huidige Establishment Survey weegt iemand die af en toe een YouTube-video bekijkt evenveel als een individu die dat elke dag twee uur doet.